Plantgoed

Je wil je tuin beplanten, maar weet niet goed waarmee of hoe? Hier vind je alle info die je nodig hebt. Deze tabel geeft een overzicht van de soorten die we dit jaar aanbieden. De prijzen vind je op de bestelpagina. In 2017 promoten we het bosplantsoen; volgend jaar kan je weer fruitbomen en bessenstruiken bestellen.

Streekeigen en autochtoon

Om veel dieren aan te trekken, is het belangrijk om streekeigen soorten aan te planten. Hierop komen meer insecten voor dan op uitheemse soorten. Dit trekt dan weer insectenetende vogels aan. Bloesemdragende en nectarproducerende soorten (fruitbomen, linde, sporkehout) trekken vlinders, bijen en hommels aan. Bessen- en vruchtendragende soorten, zoals lijsterbes, els, vlier, wilde esdoorn, sporkehout, sleedoorn en hazelaar zijn heel aantrekkelijk voor vogels en andere dieren. Inheemse soorten zijn vaak ook beter bestand tegen ziekten. Planten die hier thuishoren zullen gemakkelijker aanslaan en overleven.

Waar mogelijk kiezen wij in ons aanbod voor planten die afkomstig zijn van autochtone bomen en struiken, exemplaren die hier al een lange tijd groeien. Deze zijn immers nog beter aangepast aan onze regio en zijn hierdoor ecologisch ook een stuk interessanter. Deze soorten staan bij de beschrijving aangeduid met een *.

Plantgoed kiezen

Welke boomsoort je aanplant hangt af van de bodemstructuur en -vochtigheid. In de tabellen die je vindt op de plantgoedpagina’s, staat voor elke soort vermeld waar ze het liefst groeit. Een handige website om je te helpen bij je keuze is Bomenwijzer.

Een menging van boomsoorten is aan te bevelen. Voor ons klimaat zijn vooral loofbomen geschikt, hoewel de aanwezigheid van enkele naaldbomen de variatie in een bos sterk kan verhogen. In de bosbouw geeft men de voorkeur aan groepsgewijze menging, d.w.z. groepjes van eenzelfde boomsoort bijeen. Snelle groeiers (bv. els, wilg, berk) kunnen hierbij afgewisseld worden met traaggroeiende, langlevende soorten (bv. zomereik, beuk). Enkele percelen hakhout en middelhout zijn ecologisch heel interessant. Hierdoor komt er meer structuur in het bos.

Richtlijnen voor het planten

  • De beste plantperiode is het najaar. Plant in elk geval tussen half oktober en begin april. Plant nooit bij vorst, felle zon of koude noorden- of oostenwind. Een mistig druilweertje is ideaal.
  • Plantafstand:
    • Haag: 20 – 40 cm
    • Houtkant: 1 – 1,5 m
  • Jonge planten slaan beter aan dan oude en zijn bovendien goedkoper.
  • Maak het plantgat diep en breed genoeg. Zorg dat er geen wortels overgeplooid zitten. Het is beter de wortels voor het planten wat in te snoeien.
  • Druk de aarde goed aan rond de plant. Zorg dat er een klein kuiltje ontstaat, zodat de plant meer water krijgt.
  • Op plaatsen waar veel konijnen zitten, bescherm je de jonge planten best met gaas tegen knaagschade.
  • Mest toevoegen is niet nodig. Soorten die aan het plaatselijk klimaat en de bodem aangepast zijn, zullen vanzelf wel groeien.

Onderhoud

  • Jonge struiken en bomen moeten vrijgehouden worden van hinderlijke vegetatie (grassen, snelgroeiende planten). Je kan eventueel wat hakselhout tussen de planten strooien.
  • Een volwassen haag wordt 1 of 2 keer per jaar wat bijgesnoeid. De beste periodes daarvoor zijn juni (na de bloei) of november.
  • In een houtkant wordt het hakhout om de 8 à 10 jaar afgezet. Om het planten- en dierenleven niet te veel te verstoren, mag dit nooit allemaal ineens gebeuren.

Knotwilgen: aanplant en onderhoud

Knotbomen planten is heel eenvoudig. Je neemt een tak van een geknotte boom, zaagte hem op 2,5 m af en steekt hem 60 cm in de grond. Rechte takken met een dikte van 4 – 6 cm zijn het best geschikt. Deze takken kan je gratis krijgen tijdens één van de knotacties van Natuurpunt Deinze plus (zie www.deinzeplus.be).

Advertenties